1945 - 1954

  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1948
  • 1949
  • 1950
  • 1951

1945

In 1945 begint het schaakleven stilaan terug op toerental te komen. De Belgische schaakbond hield de eerste naoorlogse vergadering op 3 juni 1945. Er werden 6 provinciale afdelingen gesticht en een propagandamachine werd gestart (door A. Franck, misschien wat afgekeken van Goebels? :-)). De oude bondsvoorzitter (sinds 1937) F. Van de Wouwer werd vervangen door F. Peeters uit Leuven. Er werd opgeroepen tot eenheid (‘Laat ons nooit vergeten dat Vlamingen en Walen hun bloed en hun leed tijdens dezen oorlog gemengd hebben en dat zij voortaan broederlijk vereenigd moeten blijven’). De propaganda werkte toch enigszins want het aantal schaakkringen nam geleidelijk aan toe, in West-Vlaanderen waren er al 18 in 1945.

Zoals eerder verteld werd er in de moeilijke oorlogsjaren ‘clandestien’ verder geschaakt en de vruchten hiervan werden na de oorlog geplukt. Het ledenaantal van de OSK groeide explosief en er moest uitgekeken worden naar een nieuw lokaal. Dit lokaal werd gevonden op de hoek van de Muscarstraat en de Torhoutsesteenweg. Hieronder zien we de uitnodiging voor de plechtige opening van dit nieuw lokaal op 22 september 1945. Ter herinnering: pas op 4 september 1945 werd de tweede wereldoorlog definitief afgesloten met de capitulatie van Spitsbergen want de moffies waren die Duitse troepen vergeten bij de capitulatie van mei 1945.

 

 

Men zou twee jaar in dit lokaal spelen en dan de verhuis maken naar een prachtig eigen lokaal in de Kemmelbergstraat.

De OSK met alweer Boddart, overigens ook de afgevaardigde voor West-Vlaanderen binnen de Belgische schaakbond, als protagonist organiseerde samen met Gent (met vooral Van Hoorde als spilfiguur) een massakamp tussen West- en Oost-Vlaanderen op maar liefst 150 borden. Deze kamp werd natuurlijk gewonnen door West-Vlaanderen :-) met een score van 82,5 tegen 67,5.

In de OSK werd een knockoutwedstrijd met handicap ingericht met maar liefst 48 spelers. De Wispelaere won dit tornooi voor Hayman. Verder werd er onder impuls van de Belgische propaganda ook ingezet op schoolschaak en er werd een afvallingswedstrijd in het hoger middelbaar gespeeld met 26 studenten. De sterkste speler van de kosk was nog altijd (Gu)Staf Pepers want hij won het kampioenschap met sprekend gemak.

1946

Het eerste document van na de oorlog die ik teruggevonden heb in het archief is een verslag van de algemene jaarlijkse vergadering van 22 december 1946. Hier blijkt dat de voorzitter nog altijd Viane is, maar vooral dat het ledenaantal flink lijkt te stijgen. Boddaert benadrukt hierom de voordelen van een eigen lokaal. Nu was dit nog muscar op de hoek van de muscarstraat en de Torhoutsesteenweg (op de eerste verdieping van het schenkhuis ‘Châh’-what’s in a name…), maar in 1947 zou de OSK verhuizen naar een mooi eigen lokaal in de Kemmelbergstraat.

De inflatie tijdens de oorlogsjaren liet zich gelden want de lidgelden waren flink gestegen. De stijging kwam er ook omdat de OSK budget nodig had voor een eigen lokaal en de ambitie koesterde om uit te groeien tot een van de beste kringen van België.

Een lid betaalde 100 frank (men kon ook kiezen om steunend lid – 250 frank – of erelid – 500 frank – te worden) en jeugdleden (onder 20 jaar) 50 frank. Bovendien moest er 5 frank ‘inkomgeld’ betaald worden. De club had duidelijk geld nodig want ook voor de partijen vroeg men een bijdrage: de winnaar betaalde 2 frank en de verliezer 3 frank. Bij remise moesten beide leden 2,5 frank betalen. Je ziet van waar we de mosterd gehaald hebben voor het ‘speelgeld’ :-)

Het kampioenschap van de OSK werd betwist in 5 reeksen met in totaal maar liefst 72 spelers, toch behoorlijk straf te noemen! Ter vergelijking, 70 jaar later in 2016 zijn we met 36, net de helft… De OSK pakte verder uit met talrijke initiatieven, onder andere een simultaan van de eerste klassespelers die het, ieder op zijn buurt, opnamen tegen 12 tegenstanders. Er werd ook een kamp op 50 borden tegen de Westhoek en een briefwisselingwedstrijd met Amsterdam georganiseerd. De club beschikte tevens over een uitgebreide bibliotheek.

In 1946 werd blijkbaar ook de grondslag gelegd voor de OSK als vzw met een uitgebreid document opgesteld door notaris Maurice Quaghebeur. Hieronder zien jullie de eerste pagina, wie geïnteresseerd is, kan het volledige document krijgen (mailtje naar Yen)

 

 

Als we de prestaties van de Koskers (eigenlijk Oskers, maar Koskers klinkt beter) bekijken in België, merken we dat enkel Pepers erin slaagt zich met de top te meten. Hij komt uit in eerste klasse van het Belgisch Kampioenschap, maar krijgt toch vaak ‘tegen zijn tomatte’ op het plastisch uit te drukken...

Tenslotte wil ik jullie het volgende niet onthouden: ik baseer mijn verhaal gedeeltelijk op het maandelijks tijdschrift van de Belgische Schaakbond. In onderstaande scan zie je wie verantwoordelijk was voor de redactie (tot eind 1945 was dat nog onze Richard Boddart), maar mijn oog viel vooral op de advertentie op de achterflap. Nu weten jullie het geheim: als je écht goed wil schaken, moet je ‘Frutti’ gebruiken :-)

 

 

1947

In 1947 wijzigt de samenstelling van het bestuur enigszins: Boddaert wordt weer secretaris in plaats van Van Moerkerke die in de oorlogsjaren blijkbaar deze functie uitoefende ipv Teetaert. De vroegere job van Boddaert als penningmeester wordt vanaf dan uitgeoefend door Dieperinck. Erevoorzitter Van Glabbeke overlijdt en daarmee verliest de OSK een belangrijke figuur in het stadsbestuur. De OSK blijft echter niet bij de pakken zitten en vraagt schepen van onderwijs Mr. Vandendriessche als erevoorzitter. Patfoort nam ontslag uit onvrede, ook iets wat we jammer genoeg af en toe zien terugkeren. Het bestuur bestaat uit voorzitter Viane en Boddaert, Dehondt (teruggekeerd?), Dieperinck, Spoelders, Teetaert, Vanmoerkerke, en Vantuyne. Het bestuur werd eind 1947 uitgebreid tot 15 leden met als nieuwe leden G. Calus Sr., Dr. Gesquière, P. Vanbeveren, A. Vanderbeke, G. Pepers, L. Meyns en N. Douvere.

In 1947 verandert er heel wat want ook het lokaal in de Torhoutsesteenweg werd verkocht en men kon een eigen lokaal betrekken in de Kemmelbergstraat nr. 26. De afspraak was dat de OSK het lokaal 9 jaar kon huren als ze de vele herstellingswerken voor hun rekening namen. Vooral Vantuyne slaagde erin om samen met de financiële inbreng van vele leden er een prachtig schaaklokaal van te maken. Een groot eigen lokaal was geen overbodige luxe want het ledenaantal steeg naar maar liefst 95 leden (14 ereleden, 10 steunende leden en 71 werkende leden).

Ook de statuten worden aangepast en een lidkaart voor het privaat lokaal wordt ingevoerd. Grappig is de passage: ‘ook zal aan de vrouw der leden een lidkaart aangeboden worden, dit om alle moeilijkheden te voorkomen’. Is dit niet net om moeilijkheden vragen? :-)

In augustus 1947 verschijnt het eerste nummer van ‘Schaak en mat’ tweemaandelijks clubblad van de OSK. Op de eerste pagina zien we de mooie bedoeling van dit tijdschrift.

Op p. 2 wordt er ook wat gevraagd van de leden. Misschien een passage om even bij stil te staan en over na te denken… : ‘We weten dat zekere leden zich niet de minste rekenschap geven over de zware taak welke het Bestuur op zich neemt. Het is geen kunst een kring te stichten, maar ze doen groeien en bloeien vraag soms een bovenmenselijke krachtinspanning. Het zou ons dan ook ten zeerste genoegen doen indien de leden zich de moeite zouden geven het maandblad regelmatig door te lezen en te verspreiden bij diegenen die zich nog niet bij ons aansloten. We zijn ervan overtuigd dat, met de tijd, eenieder veel belangstelling in ons blad zal stellen.’

 

 

Het clubblad is een fantastische traditie die stand zou houden tot in 2006 (met uw dienaar als laatste redacteur van dienst) en vanaf dan vervangen wordt door een elektronische versie: de Koskflash. Het schaakarchief bevat al heel wat nummers van deze onvolprezen meesterwerken, maar toch ontbreken er ook veel exemplaren. Wie kan mij helpen om ze allemaal terug te vinden? Check nog eens je kasten, kijk onder je bed en op de zolder en breng de verloren gewaande exemplaren terug naar ons dierbare lokaal.

Er is (zoals vaker in de Kosk) discussie, maar het clubkampioenschap blijft in reeksen (I – IIA & IIB en IIIA & IIIB). Het kampioenschap start in oktober 1947. De eerste reeks speelde op zaterdag van 19 tot 24u (bedenktijd 50 zetten voor de eerste 2,5 uur gevolgd door 20 zetten per uur), de tweede (bedenktijd 40 zetten voor de eerste 2 uur gevolgd door 20 zetten per uur) en derde (bedenktijd onbepaald) op dinsdag van 20u tot 24u en de afgebroken partijen werden afgewerkt op zondag van 10 tot 12u. In 1947 wordt Pepers (zie foto) opnieuw clubkampioen met duidelijke voorsprong op Teetaert, Gesquiere en Vantuyne.

 

 

Misschien nog een interessante, zelfs nu nog relevante, passage uit het reglement van toen: ‘Om de normale gang van het tornooi niet in ‘t gedrang te brengen, worden de deelnemers dringend verzocht geen misbruik van dit artikel (uitstellen van wedstrijden) te maken en het niet te licht op te vatten. Jaren lange ondervinding heeft bewezen, en wij zien dit nog steeds in de meeste kringen van het land, dat veelvuldig uitstellen van wedstrijden misnoegdheid schept, met het noodlottig gevolg van verlies aan belangstelling voor de kampioenschappen en het verdorren van clubgeest’. Ook grappig is dat na de wedstrijd moest betaald worden: de verliezer 3 frank en de winnaar 2 frank, bij remise beiden 2,5 frank :-).

Men beslist ook om op zondagen en donderdagen een soort laddertornooi te organiseren (Dr. Gesquière is tornooileider) en Mr. Calus belooft elke week een prijs te geven aan de best gerangschikte speler. Verder waren er blijkbaar ook leden die vaak ‘vergaten’ hun inkomgeld te betalen en besloot men daarom het inkomgeld te laten innen door de lokaalhoudster Tavernier met een inschrijvingsboekje. Het lokaal is dus open op volgende dagen: elke zondag van 10 tot 19u en op dinsdag, donderdag en zaterdag vanaf 19u. Jawadde! Op zaterdagmiddag was het lokaal bovendien geopend voor de schoolkinderen van het Atheneum onder leiding van Mr. Billiet. Meer dan 60 leerlingen volgden de lessen in het schaaklokaal en heel wat ‘bekende koskers’ begonnen zo aan hun ‘carrière’ in de KOSK.

De kosk richtte nog negen anderen tornooien in waaraan in totaal 270 schakers deelnamen. Het belangrijkste tornooi was het kampioenschap van België dat voor de allereerste keer plaats vond in Oostende, waarvan de laatste ronde alweer in het prestigieuze Casino (met kampioen Staf Pepers als deelnemer van de OSK in eerste categorie).

 

 

Hierbij kreeg de OSK de financiële steun van een andere ere-voorzitter, Nellens. O’Kelly won betrekkelijk gemakkelijk maar moest wel een half puntje afleveren aan clubkampioen Pepers.

In interclub tenslotte doet Oostende het zeker niet slecht, maar moet het telkens (zowel in eerste als tweede categorie) Brugge voor zich dulden. Calus is onze beste speler met 7,5 op 9.

Als afsluiter nog de rede van voorzitter Viane bij de opening van het nieuwe lokaal in de Kemmelbergstraat:

 

 

1948

Het bestuur bestaat nog steeds uit voorzitter Jules Viane en Boddaert, Dehondt, Dieperinck, Spoelders, Teetaert, Vanmoerkerke, Vantuyne, G. Calus Sr., Dr. Gesquière, P. Vanbeveren, A. Vanderbeke, G. Pepers, L. Meyns en N. Douvere. Voor het eigen lokaal en materiaal had men heel wat geld nodig en vele leden van de OSK betaalden uit eigen zak om dit te verwezenlijken. Penningmeester Dieperinck hield alles mooi bij en wie geïnteresseerd is kan de rekeningen nog altijd bekijken in de toenmalige verslagen. De totale kosten bedroegen meer dan 100000 frank en de OSK moest een lening aangaan van 40000 frank voor een termijn van 5 jaar.

Zoals de aandachtige lezer nog weet, werd het clubkampioenschap op verschillende dagen gespeeld. In 1948 proberen enkele leden iedereen de zaterdag te laten spelen. Dit lukt echter niet omdat… de OSK over onvoldoende materiaal beschikte. Vooral schaakklokken waren er probleem. Een ander probleem bestond eruit dat mensen partijen uitstelden om op die manier meer voorkennis te krijgen over het kampioenschap, 38% van de partijen werd namelijk niet op de vastgestelde datum gespeeld. Waar hebben we dat nog gehoord?...

Naast het clubkampioenschap werden ook zeskampen en vierkampen ingericht op dinsdag en donderdag. Goede resultaten in deze zeskampen werden beloond met een bevordering van reeks. In 1948 zien we een nieuwe naam opduiken als kampioen: Oscar Simoens die een prachtig diploma en daverend applaus in ontvangst nam. In de tweede reeks werd L. Pepers kampioen en in derde Spoelders. Ook de jeugd werd steeds belangrijker en meer dan 50 leerlingen volgden aandachtig de schaaklessen van Billiet en Beert. Hier een wazig aandenken aan deze sterke recruteringsvijver van de OSK, wie kan helpen bij het identificeren van de spelers mag een mailtje sturen naar Yen

 

 

Voor interclub had men drie ploegen: in eerste, tweede en derde waarbij de plaatsen werden toebedeeld volgens de rangschikking in het clubkampioenschap van 1947. In november 1948 verandert het bestuur deze regel enigszins en wordt er ook rekening gehouden met de rangschikking van de spelers binnen de BSB. Er werden hiervoor een 30-tal leden aangesloten bij de BSB (niet iedereen, want per lid diende 750 frank betaald te worden). Eind 1948 lanceert men tevens heel wat voorstellen voor interclub waarvan de belangrijkste het aantal spelers per ploeg te verhogen. Er wordt ook een ploeg samengesteld om deel te nemen aan de beker van België: HH. Pepers, G. Gerits, V. Stuyts, J. De Wispelaere, P. Van Moerkerke, R. Pepers met als reserven HH. Gesquière, Vercoullie, Calus Sr. en Calus Jr. Oostende klopte Brugge, Gent en Antwerpen maar verloor de finale tegen Cercle Colle.

Blijkbaar hadden zich in de voorgaande jaren problemen voorgedaan met de Brugse Schaakkring (waar Himpens nog altijd voorzitter was), maar in 1948 werden de plooien gladgestreken en organiseerde men opnieuw vriendenmatchen. Ook met de schaakkring van Schaerbeek speelden we een vriendenmatch op 10 borden. In de verslagen van de vergaderingen valt verder te lezen dat er lessen werden ingericht in de OSK, bijvoorbeeld de zondagmiddag over openingstheorie door Spoelders en op donderdag over eindspelen door Teetaert. Voor de rest is er weinig informatie over 1948 omdat deze jaargang van het clubtijdschrift ‘Schaak en Mat’ in het archief ontbreekt. Wie o wie helpt ons om deze belangrijke documenten terug op te sporen?

1949

In 1949 werd voorzitter Viaene ziek en Teetaert (als ondervoorzitter) zou kort daarna zijn eerste stappen zetten als voorzitter. In het nieuwe bestuur is de intussen bekende Boddaert nog steeds secretaris (met hulp van Vanbeveren) en Dieperinck de schatbewaarder. Douvere wordt materiaalmeester in plaats van Dehondt en mevrouw Tavernier en Dr. Gesquière beheren de bibliotheek. Vanthuyne (ondervoorzitter) en Vercouillie houden zich bezig met de interclubs terwijl Meyns, Spoelders en Vanthuyne het Oostends kampioenschap leiden. Het lokaal was maar liefst 4 dagen per week open: op dinsdag en donderdag vanaf 19u en op zaterdag en zondag vanaf 14u. De club telde 67 leden en Vanbeveren zorgde ervoor dat de OSK regelmatig in de pers verscheen. In het verslag van de penningmeester lezen we dat de club 35000 frank uitgaven had, maar gelukkig ook 35000 frank inkomsten (16000 jaargeld leden, 12000 toegang lokaal (5fr), 4000 van matchen en nog 3000 uit andere posten. De club had het financieel niet gemakkelijk omdat de lening voor het nieuwe lokaal diende terugbetaald te worden. Veel leden zelf droegen zelf een steentje bij: zowel Boddaert, Gesquière, Teetaert en Vanthuyne betaalden 500 à 600 frank uit eigen zak.

Een nationale rating moest toen nog aangevraagd worden en zo bestonden in de OSK twee rangschikkingen naast elkaar, de clubrating en de nationale rating. In de opstelling van de ploegen werd met deze beide rangschikkingen rekening gehouden. In 1949 werden 5 ploegen ingeschreven voor de nationale interclubs: twee in eerste, één in tweede en twee in derde. Dit leidde tot een probleem die we nu nog kennen. Veel inschrijvingen en dagen dat er plots veel minder spelers kunnen spelen waardoor forfaits en boetes volgen: ‘Het bestuur stelt vast dat de Oostendse ploegen de zaak niet ernstig genoeg hebben opgevat; de inspanning welke de club zich heeft getroost, om voor een ruim aantal spelers de deelname aan deze wedstrijd te verzekeren, is noch op organisatorisch, noch op financieel gebied te onderschatten. De leden hebben echter de geboden gelegenheid niet weten te benutten en hun onverklaarbare gemakzucht heeft tot een volslagen fiasco geleid’. Hierbij een oproep om niet dezelfde fout te maken als onze voorlopers en jullie 100% in te zetten voor de kosk in interclub! :-) Ook in het clubkampioenschap waren veel forfaits te betreuren en enkele leden ‘vergaten’ hun lidgeld te betalen… Klinkt dit bekend in de oren? Het probleem met forfaits wordt opgelost door minder ploegen in te schrijven en met reservespelers te werken. De selectie van de spelers voor de interclub en de klassering van de spelers met een soort ‘sterktetafel’ leidden tot heel wat discussies. De bestuursvergaderingen waren heel vergelijkbaar met deze vandaag en vaak duurden ze van 21u tot na middernacht. Ik weet niet of er veel gedronken werd, maar alleszins veel gerookt, want heel wat bestuursleden drongen aan op de aankoop van een ‘ventilateur’. De vele problemen met spelers die niet konden of niet wilden spelen, leidde jammer genoeg tot een daling van het aantal leden eind 1949 tot 81 in plaats van 91 het jaar voordien. Dankzij de inzet van Billiet en Beert bij de jeugdschakers van het Atheneum kwamen er wel steeds nieuwe jonge schakers bij. In ruil voor hun inspanningen mochten ze gratis lid zijn van de OSK. Ook de kampioen van het Atheneum kreeg als beloning een gratis lidkaart voor 1 jaar.

Mieses (die we nog kennen van zijn brief in 1938 om deel te nemen aan het internationaal tornooi) stelde voor een simultaan op 25 borden te geven tegen de som van 700 frank. Dit wordt in eerste instantie verworpen en er komen nog heel wat voorstellen ter tafel: driehoekstornooien, zeskampen, interparochiale tornooien, wisselbeker ‘de juiste zet’, vriendenmatchen, aparte tornooien voor ‘derdeklassers’, … te veel om op te noemen. Ook het laddertornooi vond nog steeds plaats, enkel de prijzen werden wat geminderd. In plaats van elke week werd nu slechts om de twee weken een prijs gegeven, deze prijzen (zoals kippen, kolen en pijpen) werden bijna altijd geschonken door koskleden.

Clubkampioen Dr. Gesquière werd eind 1949 ondervoorzitter van de BSB, de OSK was ook op nationaal bestuursvlak belangrijk. De kosk speelt opnieuw mee in eerste klasse samen met de Brugse, Koninklijke Gentse, SK Antwerpen, Schaakbord Antwerpen, Cercle Colle Brussel en Echiquier Liégeois. De interclubs worden beslecht in slechts twee maanden met 6 speeldagen: 9, 16 en 30 oktober en 6, 20 en 27 november. De ploeg van de OSK bestond uit Pepers, Gesquière, De Wispelaere en Vantuyne en in hun reeks eindigen ze tweede na Antwerpen maar voor Gent en Brugge. Verder presteert diezelfde Pepers heel mooi in het Belgisch kampioenschap (gespeeld in ‘t Putje, het lokaal van de Brugse Schaakkring) met een gedeelde tweede plaats na Dunkelblum.

In september 1949 begint de OSK met het tweemaandelijks tijdschrift ‘Pat’, die jullie ongetwijfeld nog kennen van de rubriek ‘hoe het groeide’ van Boddaert met de ontstaansgeschiedenis van de OSK. ‘Pat’ is de opvolger van ‘Schaak en mat’ die zoals jullie weten startte in augustus 1947. Ondervoorzitter Teetaert nam de redactie op zich. We willen jullie de eerste woorden zeker niet onthouden:

 

 

We eindigen met de woorden van secretaris Boddaert op de algemene vergadering van 10 december 1949: ‘In de verlopen jaren hebben we hoogten en laagten gekend maar allessamen genomen mogen we de toekomst met zelfvertrouwen tegemoet zien dank zij de wilskracht en vastberadenheid van diegenen die met durf en vertrouwen door alles zijn heen gelopen’.

1950

In 1950 bestaat de club 25 jaar, de Belgische schaakbond 30 jaar. We beginnen met de nieuwjaarswensen in het clubblad ‘Pat’ in dit jubileumjaar.

 

 

De OSK wou dit natuurlijk op passende wijze vieren : ze plannen een internationale vierkamp met Oostende, Zuid Holland, Noord Frankrijk en Luxemburg. Uiteindelijk wordt een mooi programma aangeboden met vierkampen, snelschaken, een jubileumtornooi over 8 ronden (gewonnen door Dr. Gesquière), een probleem-tornooi, een wisselbeker ‘de juiste zet’ (gewonnen door Calus sr.), een blindschaak tornooi met als apotheose een massakamp op 125 borden waar Vlaanderen het opnam tegen Zeeuws Vlaanderen in het Casino op 24 september. Hieronder zie je de mooie uitnodiging voor dit jubileumtornooi:

 

 

De West-Vlamingen wonnen met 57,5-42,5 na een uitstekend geslaagd schaakfestijn met plechtige ontvangst op het stadhuis en een avondmaal in hotel Stella Maris op de Vindictivekaai. Vooral erevoorzitter en schepen Vandendriessche was belangrijk voor de organisatie. De winnaar kreeg een prachtige schaakbeker geschonken door de Rodenbach Brouwerijen (wijlen Luc Rogiers zou dit ten zeerste geapprecieerd hebben). Een uitgebreid verslag van dit evenement staat te lezen in een speciale jubileumeditie van ‘Pat’, geïnteresseerden kunnen dit op aanvraag verkrijgen.

De KOSK had natuurlijk ook geld nodig voor dit alles, maar zoals vandaag nog steeds het geval is, betaalden niet alle leden op tijd hun lidgeld. Voor wie zich aangesproken voelt: ‘Sommige leden hebben de pekelzonde der vergetelheid te pakken. Zij kunnen zich nog van deze gewetenslast ontdoen met een prompte betaling van hun lidgeld. De zorgvolle penningmeester zal hen met open armen ontvangen en hen zonder penitentie wegsturen. Wee hen die na 1 april nog in die pekelzonde volharden, want dan zal de penitentie bestaan in het gespeend blijven van PAT‘s toezending. Het nummer van postcheckrekening der OSK is nog steeds 490.437. Dank bij voorbaat’. Er worden nieuwe inkomsten gezocht en vooral Teetaert neemt hierin initiatief door sponsors te zoeken die adverteren in ‘Pat’ (de prijs voor een jaar was 1000 frank voor een advertentie van 1 pagina en 500 frank voor een halve pagina). Hij gaat hier zelfs zo ver in dat een droge humorist voorstelt de naam van schaakkring te veranderen in schooikring :-) Verder doet Teetaert ook heel wat moeite om het eigen tijdschrift uit te wisselen voor andere tijdschriften over heel Europa. In het tijdschrift verschijnen vaak bijdragen van ene Falma Snoes, dit blijkt een pseudoniem te zijn voor Alfons Maes, die voor zijn hulp aan de kring in 1950 het erelidmaatschap aangeboden krijgt.

Pepers kon voor de laatste keer het clubkampioenschap winnen. Er werd tevens een prijs gegeven voor de partij met het grootste aantal zetten die niet eindigde op remise. Met het groot aantal salonremises vandaag de dag in het achterhoofd zou het misschien geen slecht idee zijn dit opnieuw in te voeren!?

Enkele nieuwe leden versterkten de Oostendse rangen en de jongste speler was de 14 jarige Michel Vanhoorne. Deze Michel speelde ook de 1000ste ladderwedstrijd van de club tegen voorzitter Teetaert. Over jeugdspelers gesproken, de leerlingen van het Atheneum bleven spelen op zondagmiddag in het lokaal onder de naam Evans-club; toeval of niet, de naam Evans keert vaak terug bij onze Oostendse jeugdwerking. In totaal zijn er nu 89 leden, 8 meer dan in 1949. In mei 1950 stond de 1100ste ladderwedstrijd en in september al nummer 1300 op het programma, dus er werden wel wat partijtjes gespeeld in onze club. Een andere opvallende naam die opduikt in het archief is Rudolf Van Moerkerke (7 oktober 1924 – 4 december 2014), zakenman en vooral bekend als hoofdsponsor van de Oostendse basketploeg (toen in de sportwereld kortweg Sunair genoemd) met enkele pittige bijdragen aan het tijdschrift Pat.

In interclub werd er vanaf 1950 gespeeld in 4 reeksen: Ere afdeling en promotie met 8 ploegen van 6 en 2de en 3de categorie met 8 ploegen van 4 spelers. In Ereafdeling speelden de Schaakkring van Antwerpen, de Brugse Schaakkring, Schaakkring van Brussel, Cercle Colle Brussel, Kon. Gentse Schaakkring, Jean Jaurès Gent, Ruy Lopez Gent en de Oostendse Schaakkring. Het tijdschrift van de BSB wordt hervormd en verschijnt vanaf januari 1950 onder de naam Caïssa (de schaakgodin). Op 4 oktober is het een historische dag want dan verandert de club van OSK naar KOSK. ‘Het heeft zijne Hoogheid de Koninklijke Prins, behaagd de titel van Koninklijk aan onze Kring toe te kennen.’

Dit gepast gedicht werd geschreven door Alfons Maes :

 

 

 

 

Ik ben geen fan van ons koningshuis, maar laat ons deze titel blijven koesteren: de geschiedenis van de KOSK is waarlijk een koninklijk verhaal :-)

1951

In 1951 start het clubkampioenschap met een nieuwe formule: het zwitsers systeem. 36 schakers namen het hierin op tegen elkaar. In een eerste fase werd in 6 groepen van 6 gespeeld. Voorzitter Teetaert kon in dit jaar de titel van clubkampioen behalen en kreeg hiervoor een uniek, door architectenhand getekend, diploma. Onze huidige voorzitter kan hier alleen maar van dromen… :-)

De club had bij dit soort tornooien duidelijk nood aan een systeem om de rangschikking te bepalen. Men experimenteerde met een eigen systeem maar er werd vooral gekeken naar Amerika waar al een soort Elo-ranking bestond. Uiteindelijk werd de opstelling in interclub bepaald door de rangschikking in de laatste drie clubkampioenschappen: Pepers, Teetaert, De Wispelaere, Gesquière, Gerits, Vantuyne, Calus sr., Rosseel, Hayman, Van Coillie, Spoelders, Dehondt, Lingier, Calus jr., Blomme en Boddaert. De kosk had in 1951 vooral nood aan geld wegens de kosten voor het lokaal. Men zocht inkomsten door meer leden aan te trekken, reclame te maken (er werd zelfs een propaganda-comité opgericht), sponsoring aan te vragen en nog veel meer.

In een vriendenmatch tegen Ieper op 23 juni won de kosk met 11-7. Er werd ook een speciaal ‘donderdagtornooi’ ingericht door Albert Deknuydt over 13 speeldagen waarbij Van Coillie won met 10,5/13. Het laddertornooi bleef op volle toeren draaien want in de zomer van 1951 zat men al aan 1500 partijen! Ook vriendenmatchen stonden op het programma, onder andere tegen Ieper en Gistel. De juiste zet (een partij Botwinnik-Reshevsky uit 1938) werd gewonnen door Dr. Gesquière. Het jeugdschaak in de Evans club van het atheneum bleef een uitstekende kweekvijver en jongeling José Tonoli werd lid van de club.

De KOSK ging graag internationaal. Een delegatie trok naar Terneuzen voor de 40ste verjaardag van hun schaakkring en er werd een vriendenmatch Holland – West-Vlaanderen gespeeld op 100 borden waarbij de Hollanders revanche (met een score van 63 tegen 37) namen voor hun nederlaag in 1950. In interclub behaalde de KOSK uiteindelijk de vierde plaats.

Een hoogtepunt in 1951 was de speciale erkenning voor de ‘founding fathers’ Dehondt en Boddaert: zij kregen voor hun 25 jaar trouw aan de schaakclub de zilveren medaille der orde van Leopold II (diegene van de vele bouwwerken in Oostende – en ook wel diegene met een genocide op zijn geweten…) uitgereikt door de minister van Onderwijs.

 

 

Jammer genoeg is er ook triestiger nieuws te melden over Boddaert, ondertussen 55 jaar, daar het slechter gaat met zijn gezondheid en hij noodgedwongen veel minder kan doen.

De sterkte van de KOSK is dat we een vriendenclub zijn die steeds probeert te zorgen voor zijn leden. Zo werd een etentje georganiseerd voor de ‘vergeten’ jubilaris en bibliothecaris Adolf Van Herreweghe (die er samen met Dehondt, Boddaert en Van Lierde al van het begin bij was) en hiervan vond ik de volgende originele uitnodiging terug. Ondanks verwoede pogingen van Teetaert en anderen bij het ministerie om hem alsnog een ereteken te laten krijgen, ging men hier niet op in.

 

 

© 2013 – 2019 Olivia & Michaël