In den beginne
Een volk dat de grote mannen uit zijn geschiedenis niet eert, is als een mens, die zijn ouders verloochent.
Voor het reconstrueren van de KOSK geschiedenis is gebruikt gemaakt van heel wat bronnen.
Het merendeel van het materiaal is afkomstig van het archief van Michel Masschaele, die van ons veel te vroeg is heengegaan.
Dit archief dient als basis van deze terugblik .
In zijn archief zat dus het eerste exemplaar van het clubblaadje ‘Pat’ en verscheen de eerste maal in 1949.

Het eerste onderwerp daarin was een overzicht van de geschiedenis van de club !
Dit clubblaadjes was de opvolger van het allereerste clubblaadje ” Schaak en mat.
Aan de hand van verhalen en anekdotes reconstrueert schrijver R.Boddaert, toenmalige, de beginjaren van de KOSK.
In den beginne was de Oostendse schaakklub gekend als de OSK.
Na 25 jaar kregen we het epitheton ornans ‘Koninklijk’. Een vereniging kan tegenwoordig de titel ‘Koninklijk’ pas verkrijgen als ze minstens 50 jaar bestaat.
De oprichters van de OSK waren dus R.Boddaert en F.Dehondt en het allereerste clublokaal was “Hôtel de la Vieille Tour” gelegen op de hoek Sint-Paulusstraat en Kerkstraat.

(bron: De Plate)
Het lidgeld van de OSK bedroeg toen zo’n 25 frank wat resulteerde in een startkapitaal van 175 frank. De club bestond toen uit 7 leden, waarvan 4 bestuursleden. De eerste leden waren: R.Tratsaert, E.Gooris, Fernand Dehondt en A.Vanlierde als bestuursleden en Richard Boddaert, R.Scherpings en R.Patfoort als ‘gewone’ leden.
Door het beperkte kapitaal was het hoe dan ook behelpen, menig schaakbord werd eigenhandig gemaakt en ook werden de zwarte vakjes van het schaakbord zelf geschilderd.
Ook werd het eerste clubkampioenschap gehouden en werd Fernand Dehondt, die blijkbaar een sterke schaker was, als eerste kampioen gehuldigd.
In die tijd groeide de club dus stelselmatig (van 7 tot 40 in een jaar tijd!) en in de ledenlijst vinden we een bekende naam: Henry Edward Bird (°1830 – +1908).
De schaakkring sloot zich ook aan bij de Belgische Schaakbond (B.S.B) en kon zo deelnemen worden aan het interklubkampioenschap in de derde reeks.
De OSK verwerft faam
1927
Twee jaar na de oprichting kon OSK een eerste titel binnenrijven: Kampioen van beide Vlaanderen (West- en Oost-Vlaanderen).
Ook pakte de OSK uit met een fantastische activiteit: een levend schaakspel.

(bron: De Plate)
Ondanks de vele moeilijkheden die overwonnen moesten worden en dankzij de inzet van velen werd het een groot feest met duizenden toeschouwers.

De OSK laat van zich horen
1928
Een hoogtepunt in dit jaar is het nogmaals behalen van de interclubskampioenstitel in de derde reeks en de promotie naar de tweede categorie.
Een andere hoogtepunt is een schaaksimultaan gegeven door de bekende Belgische grootmeester E. Colle.
De grootmeester bedankte daarmee de bestuursleden van de OSK voor hun
opzoekingswerk naar het graf van Captain Evans.
1929
Dit was een schitterend jaar voor de OSK.
Buiten alle verwachting werd de kampioenstitel gevierd in de tweede en derde categorie van het interclubkampioenschap.
In de finale van de tweede categorie was de sterke Antwerpse schaakkring een maatje te groot.
Wegens een herbestemming van het clublokaal “Hôtel de la Vieille Tour” moest de OSK noodgedwongen verhuizen en vond een nieuw onderkomen in
“Hotel de la Marine” gelegen in de Ooststraat.

(bron: Beeldbank Kusterfgoed)
Nog in het zelfde jaar werd een ander lokaal gezocht en gevonden en vestigde de OSK zich in “Hotel Bristol” gelegen op de hoek Torhoutsesteenweg en de Karel Janssenslaan.

(bron: Beeldbank Kusterfgoed)
De wat rustige jaren
1930
Het was een rustig jaar, maar toch groeide de club gestaag verder.
Helaas verliep het interclubkampioenschap niet zo goed, in beide reeksen werd de OSK verslagen door de Gentse schaakkring.
1931
Het jaar 1931 kondigde zich wat meer bewogen aan.
De interclubwedstrijden verliepen door gebrek aan belangstelling niet naar wens.
In beide Vlaanderen bestonden maar twee schaakkringen. De OSK vertegenwoordigde West-Vlaanderen, terwijl de Gentse Schaakkring de Oostvlaamse eer hoog hield.
Helaas kon de OSK tegen de oostvlamingen geen vuist maken.
De statuten werden totaal gewijzigd om het bestaan van de OSK te verzekeren.
Alles werd ingezet voor een goede propaganda met het oog op aanwerving van nieuwe leden.
Schaakmeester Georges Koltanowski stelde voor om in het speellokaal een blindsimultaan te geven, dit paste in zijn voorbereiding om op het eind van het jaar de wereldtitel “blindschaken” te bemachtigen.
Op zaterdag 11 april gaf hij een “gewone” simultaan op 17 borden en de dag daarna een blindsimultaan op 11 borden.
Helaas was de publieke belangstelling niet zo groot en ook het verwelkomen van nieuwe leden leverde niets op.
Om de clubleden de gelegenheid te geven om te oefenen werd een interclubtornooi georganiseerd met als inzet een beker geschonken door de heer H. Serruys, de toemalige burgemeester van Oostende.
De deelnemende ploegen moesten enkel aantreden tegen de OSK, de ploeg die het beste resultaat behaalde mocht de beker in ontvangst nemen.
De Antwerpse ploeg Maccabi scoorde het hoogste aantal punten.
Ups and downs
1932
Na een voorzitterwissel kreeg de OSK alle wind in de zeilen.
Twee bekers werden door Erevoorzitter Dr. Verhaeghe en Commandant Patfoort geschonken aan het Paastornooi. Ook de nieuwe voorzitter had alles in het werk gesteld om een mooie prijzentafel te voorzien.
In de interclubcompetitie moest de OSK zich tevreden stellen met een tweede plaats na de ongenaakbare Gentse Schaakkring.
Er werd terug een interclubtornooi georganiseerd volgens de zelfde stijl als in 1931.
Oostende kroonde zich tot tornooiwinnaar door de drie deelnemende clubs te verslaan.
De club groeide niet meer aan en verloor zelfs enkele leden zodat de club op het einde van het jaar amper zeventien leden telde.
1933
De Oostendse Schaakkring werd steeds sterker en boezemde de Gentse Schaakkring tegen enige schrik aan.
Het interclubkampioenschap werd door de kring uit de Arteveldestad slechts op het nippertje gewonnen.
Door de Oostendse brouwerij “SAFCO” gelegen in de Lijndraaiersstraat werd een beker geschonken aan een nationale interclubtornooi.
Het was echter de sterke Antwerpse ploeg die in de finale de Oostendenaars het nakijken gaf.
1934
Het ledenaantal was intussen opgeklommen 21 wat meteen een positieve impuls gaf.
De Belgische Schaakbond besliste om het interclubkampioenschap nationaal te laten betwisten.
Dit betekende voor de OSK een financiële domper, want er was geen compensatie voorzien voor de verplaatsingskosten.
Het was ook meteen duidelijk dat Oostende op dit nationaal niveau niet kon wedijveren met sterke ploegen uit Gent, Philidor Brussel en Antwerpen.
1935
Dit jaar werd geëxperimenteerd om het klubkampioenschap in 1 reeks te laten betwisten.
Het ledenaantal bleef steken op 22 leden en dit gaf aanleiding om strategieën uit te werken om het ledenaantal wat op te krikken.
Zo werd aanbevolen om geen blitz-partijen meer te spelen en meer aandacht te schenken aan “gewone” partijen om zo tot een hoger spelniveau te komen.
Er werd ook nagedacht om een internationaal schaaktornooi te organiseren en werd er te rade gegaan bij de toenmalige wereldkampioen blindschaken Georges Koltanowski.
De wereldkampioen was meteen voor het idee gewonnen en stelde zijn expertise en medewerking ter beschikking.
Contact werd gezocht bij officiële personen om te peilen of het organiseren van een schaaktornooi haalbaar was.
Het Oostends stadsbestuur was zodanig enthousiast en na wat onderhandelen en werd ingestemd tot een financiële bijdrage.
Alles kwam nu in een stroomversnelling en ook kursaal Oostende zegde steun toe in de vorm van een geldelijke tussenkomst en het beschikbaar stellen van de zaal.
Andere verenigingen of sponsors deden een duit in het zakje en ook de eigen leden lieten zich niet onbetuigd.
Het enigste wat toen nog restte was huisvesting van de schaakmeesters en ook dit werd opgelost door bereidwillige hoteliers.
De OSK plaatst Oostende op de schaakkaart
1936
Wegens verbouwingswerken aan “Hotel Bristol” moest de schaakkring terug op zoek gaan naar een nieuw onderkomen.
Na een vergadering van de stichtende leden werd voorkeur gegeven aan “Hotel Universel” gelegen in de A. Buylstraat.

Na nog enige beslommeringen te hebben opgelost ging het internationaal schaaktornooi van start op 26 april in de zaal van het kursaal.
Schakers en niet-schakers vereerden het tornooi met een bezoekje.

(bron: Beeldbank Kusterfgoed)
Na een strijd van negen ronden kroonde de Zweedse schaker E. Lundin zich tot de allereerste winnaar van het Oostends internationaal schaaktornooi.
In de loop van hetzelfde jaar werden er mening vriendenmatchen gespeeld,
zo werd partij gegeven aan een afvaardiging Noord-Frankrijk met in hun rangen gewezen kampioen van Frankrijk A. Muffang.
Niettemin kon Oostende een gelijk spel uit de brand slepen.
Ook werden de degens gekruist met afvaardigingen uit eigen land.
De ploeg uit Verviers werd terug huiswaarts gestuurd met een nederlaag en ook de Ieperse Schaakkring kon een nederlaag niet ontlopen.
Het was een prachtig jaar en ook het ledenaantal was lichtjes opgelopen tot 24 spelers.
1937
Promotie naar de eerste categorie werd afgedwongen door in de finale ronde Antwerpen te verslaan.
Het was weer uitkijken naar een andere lokaal en na argumenten en tegenargumenten besloot men om de schaakkring onder te brengen in Café de la Bourse in de Kerkstraat.
De OSK waagde om voor de tweede maal een internationaal schaaktornooi te organiseren en ook nu weer werd aan alle kanten steun toegezegd.
Het tornooi vond plaats van 11 tot 20 april in kursaal Oostende.
Drie schaakmeesters deelden de eerste plaats H. Grob, R. Fine en P. Keres.

De oorlogsjaren
1938
Gelet op de internationale politieke toestand zou het inrichten van een internationaal schaaktornooi stuiten op enkele onoverkomelijke obstakels.
De Oostendse Schaakkring opteerde dan voor een dubbele vriendenmatch tegen Brugge op 10 borden.
De wereld maakte zich op voor een schok die diepe wonden zou nalaten.
1939
De eerste ploeg van de OSK had in de eerste klasse van het interclubkampioenschap het niet onder de markt, want het diende aan te treden tegen Belgische kleppers als O’Kelly (Brussel), Dunkelblum (Antwerpen) en Soultanbeieff (Luik).
Het internationaal schaaktornooi kon opnieuw niet ingericht worden, maar er werd wel een schaakontmoeting geregeld tussen Nederland, Frankrijk en België die doorgang vond in de kursaal van Oostende.

1940
Door de Duitse bezetting was er een samenscholingsverbod waardoor de schaakkring tijdelijk de deuren moest sluiten.
Toch werden pogingen ondernomen om het schaakleven min of meer in stand te houden.
1941 – 1942 – 1943 – 1944
Oorlog beheerste het leven van de mensen en ook de verenigingen moesten zich schikken naar de verordeningen van de bezetter.
Officieel was de schaakkring nog steeds gesloten.
1945
Door tijdens de oorlogsjaren “clandestien” verder te schaken begon het schaakleven stilaan op gang te komen.
De schaakkring startte terug met een clubkampioenschap en werden de partijen betwist in Café Unie gelegen op het Petit-Paris.
Het ledenaantal groeide explosief en moest men uitkijken naar een nieuwe speelplek.
Schenkhuis “Chah” op de hoek van de Muscarstraat en Torhoutsesteenweg was enige tijd de thuishaven voor de OSK.
Bij inhuldiging van het nieuwe speellokaal werd ook de gelegenheid ten baat genomen om het 20-jarig bestaan van de club te vieren.
Deze vond plaats op zaterdag 22 september 1945.

De OSK organiseerde een knockout-wedstrijd waaraan 48 spelers deelnamen.
Ook werd ingezet op schoolschaak en werd er een afvallingstornooi georganiseerd voor het hoger onderwijs met 26 studenten.
Grote bedrijvigheid
1946
Het clubkampioenschap werd betwist met 72 spelers onderverdeeld in 5 reeksen.
De OSK pakte ook uit met enkele nieuwe initiatieven zoals een schaaksimultaan op 12 borden door een eigen 1e-klasse speler.
Er werd een schaakontmoeting geregeld tussen de Westhoek en de OSK op 50 borden.
Ook een schaak per briefwisseling werd op poten gezet tegen Amsterdam.
Intussen beschikte de club over een behoorlijke schaakbibliotheek.
Naar de toekomst werd ook gekeken, grondslag werd gelegd om de OSK om te schakelen naar een vzw.
1947
Het lokaal aan de Torhoutsesteenweg werd verkocht en men kon een eigen lokaal betrekken in de Kemmelbergstraat 26, een zaaltje achter een kruidenierswinkeltje.
De afspraak was dat de OSK het lokaal 9 jaar kon huren, mits de schaakkring de kosten op zich zouden nemen voor herstellingswerken.
Een eigen lokaal was meer dan welkom nu het ledenaantal steeg tot 95 leden.
In augustus verscheen de eerste editie van het nieuwe clubblaad “Schaak en Mat” die tweemaandelijks zou verschijnen.

Voortaan kon men ook deelnemen aan een soort ladderwedstrijd op donderdag en zondag.
Op zaterdagnamiddag was het lokaal open voor schoolkinderen van het Atheneum, meer dan 60 kinderen volgden dan ook de lessen.
Het hoogtepunt was de organisatie van het Belgisch schaakkampioenschap die plaatsvond van 6 tot 13 september in de kursaal.

In het interclubkampioenschap deed de plaatselijke schaakkring het behoorlijk goed, maar moest helaas zowel in de eerste als tweede klasse de schaakkring uit Brugge voor zich dulden.
1948
Naast het clubkampioenschap werden ook zeskampen en vierkampen georganiseerd op dinsdag en donderdag.
De jeugd werd steeds belangrijker, meer dan 50 leerlingen volgden aandachtig de schaaklessen.

Voor de interclubcompetitie stelde de OSK 3 ploegen in lijn.
Tevens werd een ploeg samengesteld om deel te nemen aan de beker van België.
Oostende was goed op dreef en klopte Brugge, Gent en Antwerpen, maar in de finale was Cercle Colle uit Brussel te sterk.
Schaaklessen werden ingericht en kon men op zondagmiddag deelnemen aan de lessen over openingstheorie en wie graag de geheimen van het eindspel wilde doorgronden kon op donderdag terecht.
1949
De club telde 67 leden waardoor men 5 ploegen kon inschrijven voor het interclubkampioenschap.
Twee ploegen traden aan in de eerste afdeling, één ploeg in de tweede afdeling, terwijl twee ploegen de Oostendse kleuren verdedigden in de derde afdeling.
In de eerste afdeling had de OSK het niet onder de markt en moest felle strijd leveren tegen SK Antwerpen, Schaakkring Antwerpen, Cercle Colle Brussel en Echiquier Liégeois.
Uiteindelijk bleek de kustploeg meer dan goed stand te houden en behaalde een tweede plaats na Antwerpen.
Er waren dus veel spelers nodig om de wedstrijden te betwisten, het leidde echter tot speelverzuim met forfaits en boetes tot gevolg.
Dankzij de schaaklessen sloten meer en meer jongeren zich aan bij de Oostendse schaakkring.
Er komen heel wat voorstellen zoals het organiseren van een driehoekstornooi, zeskampen, interparochiale tornooien, wisselbeker “De Juiste Zet”, vriendenmatchen en aparte tornooien van derde-klasse spelers.
Ook het laddertornooi kende nog heel wat deelnemers.
In september verscheen voor het eerst het nieuwe tweemaandelijkse clubblaad “Mat”.
Grenzeloze activiteiten
1950
Om het twintig jarig bestaan te vieren werd een ambitieus programma opgemaakt met vierkampen, snelschaak, een jubilieumtornooi, probleemtornooi, wisselbeker “De Juiste Zet”, een blindschaaktornooi en een internationale vierkamp met Oostende, Zuid-Holland, Noord-Frankrijk en Luxemburg.
De apotheose was echter de deelname van de OSK aan een massakamp op 100 borden tussen Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen die plaatsvond in het kursaal op 24 september.
Enkele nieuwe leden vervoegden de Oostendse rangen waaronder veel jongeren die op zondagmiddag in het leslokaal onder de naam Evans-club speelden.
Het ledenaantal steeg daardoor naar 89, 8 leden meer dan in het jaar 1949.
Het interclubkampioenschap werd in 4 reeksen gespeeld waarbij de Oostendse ploeg moest aantreden in de Ere-afdeling met ondermeer Antwerpen, Brugse Schaakkring, Schaakkring Brussel, Cercle Colle Brussel, Kon Gentse Schaakkring, Jean-Jaures Gent en Ruy Lopez Gent.
Op 4 oktober kreeg de OSK de titel van “Koninklijk” en mocht vanaf dan deze titel in de clubnaam dragen.
OSK werd KOSK.

1951
Het clubkampioenschap startte met een nieuwe formule : het Zwitsers systeem, 36 spelers namen het hierin tegen elkaar op.
De KOSK had nood aan geld om de kosten aan de speelzaal te dekken.
Om hogere inkomsten te genereren wilde men meer leden aantrekken, reclame voor de club maken, zoeken naar sponsors,… .
Op schaakgebied bleef de KOSK bijzonder actief, zo werd een vriendenmatch tegen Ieper gewonnen en ook een vriendenmatch tegen Gistel stond op de agenda.
Een donderdagtornooi werd ingericht over 13 speeldagen en het alom gekende laddertornooi bleef een schot in de roos.
Het jeugdschaak in de Evans-club bleek weldra een kweekvijver voor jong talent.
De KOSK zocht internationaal de confrontatie op.
Een delegatie trok naar Terneuzen aangevuld met Westvlaamse spelers om aldaar een massatornooi te spelen tegen Holland.
De KOSK behaalde in de interclubcompetitie een vierde plaats.
Een ander hoogtepunt was de speciale erkenning van de stichters Dehondt en Boddaert voor hun 25 jaar trouw aan de schaakkring.
Zij kregen een zilveren medaille in de orde van Leopold II.
1952
De KOSK bleef op zoek gaan naar een ideale formule om het clubkampioenschap te laten doorgaan, nu werd geopteerd voor een mix van twee systemen: een open tornooi en een gesloten tornooi.
Er werden terug vriendschappelijke wedstrijden betwist tegen Nikei Gistel en Ieper.
Daarnaast waren ook internationale ontmoetingen tegen Noord-Frankrijk, Malo-Les-Bains en Boulogne.
De KOSK bracht voor het eerst de Caïssa beker naar de kust.

Maar het hoogtepunt was de simultaan gegeven door Max Euwe op 40 borden op 7 september in de westvleugel van het nieuwe kursaal.
Deze simultaan was de start van een traditie om een een bekende schaker de degens te laten kruisen tegen meerdere tegenstanders.


In het begin op onregelmatige tijdstippen, maar vanaf 1973 elk jaar tot 2012.
Helaas kwam een einde aan de traditie door beperkte financiële middelen en verminderde belangstelling.
1953
Een nieuw intern tornooi zag het daglicht genaamd het Cuptornooi.
Vriendschappelijke schaakontmoetingen bleven de interesse houden van de schaakkring en regelmatig werden andere clubs uitgedaagd en daarbij keek men ook over de grenzen heen.
Zo speelde de kustploeg tegen Bredene, Duinkerke, Arras en Gistel.
Een simultaan gegeven door G. Thibaut, een sterke Belgische schaker, op 18 borden stond eveneens op het programma.
Het was ook het jaar waarin een jonge, sterke lichting jeugdschakers de eerste stappen zette om weldra furore te maken.
Het interclubkampioenschap verliep rustig, Oostende spelend in eredivisie eindigde in de middenmoot.
1954
De KOSK was zeer actief en bleef maar op zoek gaan om de degens te kruisen met andere schaakverenigingen.
Zo werd deelgenomen aan een massakamp tegen Noord-Frankrijk en een massakamp tegen Zeeuws-Vlaanderen.
Ook de gebruikelijke vriendenmatchen tegen Noord-Frankrijk, Gistel, Bredene, Nieuwpoort, Rijsel en Duinkerke stonden op het lijstje.
Binnen de club borrelden nieuwe initiatieven zo maar op zoals, probleemschaak, cuptornooi, een burlesk tornooi, blitztornooi, enz… .
In de interclubcompetitie behaalde de KOSK een uitstekend resultaat door op de tweede plaats te eindigen.
De jeugdwerking bleef op volle toeren draaien en dit leverde een lichting sterke schakers op.
1955
In 1955 bestond de kring 30 jaar en er verschenen er een overzichtsartikel in de krant.
Op de planning stond opnieuw een groot tornooi in de stijl van de internationale tornooien van 1935 en 1936.
Een simultaan door Nikola Karaklajic, kampioen van Joegoslavië) op 22 borden zou plaatsvinden in café Lamot gelegen op Petit-Paris en Nieuwpoortsesteenweg.
Vriendenmatchen tegen Rijsel, Gistel en Duinkerke ontbraken niet.
Ook aan een massatornooi deed de KOSK mee onder de vaandel van Vlaanderen tegen Lique du Nord Frankrijk op 100 borden.
In de interklubcompetite beet de KOSK van zich af, want men won tegen een sterk Gent en van de titelkandidaat Antwerpen.
Jammer genoeg liet Oostende punten liggen tegen minder sterke ploegen zodat men moest kampen om de degradatie te ontwijken.
Het ledenaantal slonk naar 57 leden wat leidde tot financiële moeilijkheden.
De pacht van het speellokaal, een zaaltje achter een kruidenierszaak in de Kemmelbergstraat, liep ten einde en werd opgenomen in de naastgelegen dokterspraktijk.
Een tijdelijk onderkomen werd gevonden in een ruimte achter een frituur in de Langestraat.
1956
In het kursaal ging het internationaal tornooi van start met gerenommeerde spelers uit België en buitenland.
O’ Kelly, Donner, Grob, Lehmann, Golombek en Bernstein waren de voornaamste kanshebbers op de tornooizege.

Terug een deelname aan een massatornooi beide Vlaanderen tegen Ligue du Nord Frankrijk en ook nu was de kursaal de plaats van het gebeuren.
De aanstormende jeugd pleegde een coup door in het clubkampioenschap met drie spelers in de top 4 te eindigen.
Op 10 maart richtte de KOSK een schaakbal in, plaats van het gebeuren was de zaal “Au Moulin Rouge” in de Vlaanderenstraat.
